Zomer 2009
05 september 2009
Afgelopen vrijdag heb ik m’n laatste tentamen ingevuld en sindsdien heb ik vakantie. Zo voelt het echter nog niet... Waardoor dat komt weet ik niet precies, maar het zal vast goedkomen als we Nederland uitrijden. Een beetje gek is het wel om een zomer in het vooruitzicht te hebben vol klimplannen, terwijl het klimmen momenteel op een relatief laag pitje staat en ik eigenlijk wacht op het volgende boulderseizoen – BLOG 06-07-2009
Een gekke start van de zomer. Na een rustperiode van bijna twee maanden is m’n motivatie om te klimmen en weg te gaan niet erg hoog. De eerste twee weken staat Zwitserland op de planning. Voor boulderen kan ik me goed motiveren, maar omdat de plannen voor de tweede helft nog onduidelijk zijn, zie ik er een beetje tegen op. Vooral de motivatie om te gaan sportklimmen is erg laag...
Als we Nederland uitrijden - en vooral in Magic Wood aankomen - word ik al enthousiaster. Het bos heeft inderdaad een hoog 'magic' gehalte en ik kan me de eerste dag niet inhouden en wil alles proberen. Uiteindelijk hebben we vijf mooie klimdagen in het magische bos!
De volgende bestemming is Gottardo, een bouldergebied op de Gothardpas. Bart schreef een enthousiast artikel in BLOK over dit gebied en ik heb zin om het uit te gaan checken. Helaas beginnen de problemen snel; het wordt slecht weer, we kunnen nergens een topo krijgen en de camping ligt zo’n 45 kilometer van de pas af... Een paar dagen rijden we in slecht weer de omgeving af opzoek naar een topo, maar helaas zonder resultaat. Dan maar de pas afkammen opzoek naar boulderblokken... Helaas levert een hele middag wandelen geen blok van formaat op... Bestaat dit gebied wel? Of heeft Bart de foto’s in BLOK vakkundig gephotoshopt? We twijfelen...Uiteindelijk besluiten we de resterende dagen en Chironico te gaan boulderen, dat veel dichter bij de camping ligt en waar we uiteindelijk wel een topo van vinden...
Na Zwitserland is het chilltime. Via Varese, waar David woont, rijden we voor een weekje naar de Zuid-Franse kust. In die week worden de plannen voor komende maand ook steeds duidelijker en ik begin er zin in te krijgen!
Al maanden voordat de vakantie begon had ik met Wouter het plan gemaakt om te gaan klimmen. Het idee was om te gaan sportklimmen in Frankrijk en Spanje, maar naarmate de tijd vorderde bleek dat de vingerblessure van Wouter hardnekkiger was dan gedacht, dus het plan werd gewijzigd... Wouter stelde voor om alpine rotsroutes te gaan klimmen en ik had niet lang nodig om daarmee in te stemmen, gezien mijn lage motivatie om te gaan sportklimmen. Hoe we dit zouden gaan aanpakken was nog onduidelijk, maar werd gaandeweg de vakantie via wat mailconctact snel duidelijk. Martin – een in Eindhoven studerende Italiaan - die we kenden uit Monk, had een ‘cottage’ midden in de Dolomieten, en we waren van harte welkom!
Vanuit Zuid-Frankrijk reed ik naar Wolkenstein, en vanuit daar werd ik door Wouter telefonisch richting de cottage geloodst. De ‘cabin’ zoals door Martin werd beschreven in z’n mailtje was totaal anders dan dat ik verwacht had! In plaats van een appartementje in een ski-dorp bleek het een klein primitief houten hutje te zijn van zo’n twaalf vierkante meter, dat voor m’n gevoel in de middle of nowhere lag, tussen de bergen, zonder stroom en nauwelijks stomend water! Super gaaf! Het into-the-wild gevoel ontstond meteen! Het hutje bleek later ook de ontmoetingsplaats te zijn voor de vrienden van Martin uit de stad – niet alleen klimmers, maar iedereen kwam er z’n eigen ding doen. Top sfeertje!

De 'cottage' van Martin, ons onderkomen voor twee weken! Bij aankomst wordt er meteen geslacklined. Linksonder de monsterslackline van Hannes. Rechtsonder de 'cottage-shower'
Omdat er voor de volgende dag slecht weer voorspeld was adviseerde Martin ons de sportklimroutes – waarvan niemand de waarderingen kende - op ‘the tooth’ uit te gaan checken. The tooth bleek een 60 meter hoog, lostaand rotsblok te zijn, zo’n anderhalf uur lopen vanaf de cottage. Nog niet gewend aan de hoogte, sjouw ik hijgend als een paard door de regen achter Wouter aan. Aangekomen bij de indrukwekkende tand, die overigens in het niet valt bij de honderden meters hoge wanden die erachter liggen, zijn er geen sportklimroutes te bekennen, maar slechts twee alpine routes. De gear, en de speciaal voor deze trip aangeschafte helm hebben we niet meegenomen, dus er zit niets anders op dat terug te keren... De volgende dag willen we deze 6 op de tand klimmen!
Ik moet erg wennen aan de verhalen van Wouter, die er twee dagen eerder was, en er al wat alpine avonturen op had zitten; af en toe een roestig mephaakje...vaak zelf standen maken...schlinges om ‘kopjes’...15 meter boven je nut uitklimmen... Ik weet nog niet of ik er echt blij van moet worden.... Desondanks zie ik de ‘tooth’ wel zitten, want aangezien het een relatief lage wand is kunnen we in noodgevallen in één keer naar de grond. Het klimmen is spannend, maar het is grappig om te merken hoe relaxt je wordt als je eenmaal in zo’n wand hangt, en hoe blij je kunt worden van roestige mephaakjes – waarvan er gelukkig relatief veel in deze route zaten! M’n eerste alpine route! Yeah!
Langzaam begin ik aan het idee en de ethiek van het alpine klimmen te wennen. We hebben nu een korte, maar klimtechnisch relatief zware route gedaan, het is tijd voor een langere, maar makkelijkere route. Martin adviseert ons de Torre Firenze, een 400 meter lange kant. De volgende dag belooft het mooi weer te worden en een klimmaat van Martin, Johannes is langsgekomen. De volgende ochtend staat de wekker om 7 uur, en met z’n vieren lopen we naar de wand. Martin en Johannes klimmen de noordkant van de Torre Firenze, en het plan is om op de top te meeten. In vier uur hebben we de 520 meter geklommen en ik heb echt genoten! Doordat de routes zo makkelijk waren was het niet nodig veel gear te plaatsen, want als je soleert ben je sneller – een mooie wijsheid uit de alpinewereld, die irreel lijkt, maar als je in de wand hangt volledig opgaat!

Prepare to go to the Torre Firenze!
Op de top aangekomen wachten we tevergeefs op Martin en Johannes. We kunnen ze niet zien in de wand en de telefoon wordt niet opgenomen, dus we besluiten terug te lopen. Als we anderhalf uur later bij de cottage aankomen belt Martin; ze hadden wat probleempjes, veel loszittende stenen, maar ze stonden veilig op de top. ’s Avonds komt het hele verhaal naar boven; soms is alpineklimmen misschien niet zo leuk...
Al een paar dagen bladerden we door de topo en steeds viel ons oog op de Langkofel Nordface, de hoogte wand van de regio, 27 lengtes, 1000 meter klimmen, max 4+... Zouden we dat kunnen? Je een doel stellen is nooit verkeerd... Misschien over twee weken?
Ter voorbereiding op ons doel besloten we een serieuze tour te gaan doen, de Sella-uberschreitung. Hierin overschrijd je de drie Sellatorens op de Sellapas. We besloten, om het onszelf iets moeilijker te maken, en klimtechnisch iets meer uitdaging te vinden, niet via de normaalweg te gaan, maar andere routes uit de kiezen. Uiteindelijk werden het 635 klimmeters in 18 lengtes.

De drie Sellatorens...
Als de wekker gaat om 6 uur, lopen we na en klein ontbijtje tegen 7 uur richting de torens. Ze liggen vol in de mist en zijn nauwelijks zichtbaar. Pas als we op top één staan trekt het open. Na een korte pauze klimmen we over het ‘zadel’ naar de tweede toren, en twee uur later staan we op top twee! Zo, dat schiet op! De derde toren is weliswaar het hoogste, als het zo doorgaat kunnen we binnekort ook de Langkofel wel op! Dat een foutje zo gemaakt is blijkt echter snel. Op het ‘zadel’ tussen de tweede en derde toren kunnen we de toegang naar het begin van de route niet vinden. We klimmen af en weer op, zoeken naar abseilpistes, maar zonder resultaat. Uiteindelijk vinden we een abseilring, maar hebben dan anderhalf uur verloren. Kostbare tijd... Zulke fouten kun je je natuurlijk niet permitteren in een 1000 meter wand... Hier kun je na elke toren afbreken, daar niet.... Geïrriteerd over de foute topo interpretatie besluiten we om toch door te zetten en na een paar uur staan we op top drie! Yeah! De afdaling kost ons nog twee uur, veel afklimmen en abseilen, met de nodige steenslag...

Boven: De aanloop naar de Sellatorens om 7 uur 's ochtends en Wouter op de stand halverwege de eerste toren. Midden: Top één en het gipfelbuch op top twee. Onder: Top drie en twee onbekende alpinisten...
Na dit avontuur kennen we onze plaats... Misschien is de Langkofel Noordwand toch wat te hoog gegrepen. Klimtechnisch is het zeker haalbaar, maar met snel handelen en het meteen goed lezen van de topo hebben we nog te weinig ervaring. Als we ons besluit met Martin delen, stelt hij voor om toch de vallei te gaan bekijken vanaf de Langkofel. Het plan is om via de normaalweg naar de top te gaan, te bivakkeren in het bivakschachtel honderd meter onder de top, en de volgende dag weer naar beneden te gaan. In tegenstelling tot de eerdere alpine routes is het hier meer ‘een berg opsjouwen’ dan klimmen. We besluiten om ‘am kurzen seil’ te gaan, waarbij we de moeilijkste passages af kunnen zekeren.

'Am kurzen seil' op de Langkofel - 'Amphitheater' (2900m)
Die ochtend kochten we voor elf euro eten, ons rantsoen voor twee dagen; nootjes, chocola en powerbars! De tocht naar de top is inspannend en kost ons vijf uur. Alles lijkt voorspoedig te gaan en als we het bivakschachtel bereiken, is de top in zicht! Helaas maken we hier onze eerste – en overigens enige – fout. Door slecht topo lezen en meer te vertrouwen op ‘klimsporen’ en verloren mephaakjes, verliezen we de route... Als we het beseffen is het te laat en moeten we door... De engste honderd meter die ik ooit geklommen heb... Een relatief steile wand, vol losse stenen... Met z’n drieën zitten we aan elkaar en er zijn geen rotspunten om over te zekeren. Om de beurt klimmen we een stukje en wachten vervolgens weer, om de steenslag zoveel mogelijk te beperken... Tientallen stenen gaan honderden meters de diepte in, en spatten uiteen... Ik trap een blok los ter grootte van een bowlingball en Wouter kan ’t niet meer ontwijken en krijgt het vol tegen z’n been... Gelukkig valt de schade mee, en uiteindelijk staan we op de top! M’n eerste drie duizender. Na elkaar de hand te hebben geschud valt er een stilte... Allemaal even een momentje voor ons zelf – voor mij vooral om de laatste honderd meter te verwerken...

De top van de Langkofel (3181m). Op de achtergrond zijn - heel klein - de Sellatorens te zien.
Omdat we besloten hadden te bivakkeren hebben we genoeg tijd om op de top door te brengen. Na een uur dalen we af naar het bivak, waar we ons avondmaal – nootjes, chocola en water – eten. Rond zes uur wordt het te koud buiten en de rest van de avond zien we het donker worden door het deurtje. Er is genoeg plaats voor drie personen en als we het overnachtingsboek checken zien we dat het bivak niet vaak bemand is. Toch meen ik, als het al schemert, stemmen te horen. Na een half uur hoor ik het weer... Wouter heeft het ook gehoord, maar Martin stelt ons gerust, het moet de wind geweest zijn. Ik ben kapot van de dag en mis de eerste sterren die zichtbaar worden. Als ik in slaap dommel, schrik ik plotseling wakker van een hoop geschreeuw! Een touwgroep van drie Italianen – met een zeer slechte tijdsplanning – staan op de graat na de top en zijn op zoek naar de bivak! In het donker is de schachtel nooit te vinden. Deze mensen hebben echt geluk dat wij er zijn! Martin – die Italiaans spreekt – loodst de Italianen met behulp van een hoofdlampje, uiteindelijk naar de bivak... Normaal slaapt er nooit iemand, nu liggen we er met z’n zessen.... Gekkenhuis!

Boven: De laatste abseil naar het bivak. Vervolgens avondeten... Onder: Zonsondergang vanuit de bivakschachtel en het vetrek de volgende ochtend in de mist...
In ieder geval slaap ik goed, ondanks de kou – het vroor zowaar. De volgende dag wacht er nog een 4 uur afklim op ons... Omdat we de route kennen en het met touw teveel gepruts wordt, besluiten we te soleren en alleen de moeilijkste passages ab te seilen. Dat scheelt veel tijd! We beginnen in de mist en al na een kwartier halen we de drie Italianen in, die drie kwartier eerder waren begonnen...

De afdaling; de moeilijkste passages seilen we ab. Na de abseil even een korte pauze...
Uiteindelijk was de Langkofel, zonder dat we het op dat moment wisten, ons laatste alpineavontuur... Een paar dagen later reden we door naar het Zillertal, met als plan de alpine-avonturen voort te zetten. Toen we het dal binnenreden, namen we echter per ongeluk de verkeerde afslag – een klein weggetje, in plaats van de tunnel – en dit weggetje leidde langs Total Brutal. Ik had toen nog geen idee wat Total Brutal was, maar ik zag de lijn – een super steile en korte granietroute, die over de weg hangt - en dacht: ‘dat wil ik klimmen!’ We hadden geen idee hoe moeilijk het was. Wouter schatte 8c... Ik hoopte op 8b... Na een grondige topo-inspectie kwamen we erachter dat het 8b+ was en DE klassieker van het Zillertal! De volgende dag zijn we meteen terug gegaan en ben ik het gaan proberen. De alpine-plannen hadden we even uitgesteld...

Total Brutal; de ideale sportklimroute ;-)
Na een korte werksessie kan ik alle passen maken en zie ik het eigenlijk wel zitten! Na een redelijke poging is het echter wel mooi geweest voor de eerste dag... Morgen terug...
Zonder op te warmen – er zijn geen opwarmmogelijkheden - stap ik de volgende dag de route in. M’n vingers zijn koud, maar desondanks kan ik alle randjes houden... Alles gaat perfect, maar als ik de laatste dynamische pas naar de eindbak wil aanzetten is het op... Uiteindelijk vind ik een nieuwe, statische methode voor de laatste dyno en besluit een uur te gaan rusten. Als ik denk hersteld te zijn stap ik weer in, maar het voelt kansloos. Ik kan geen pas meer maken...
Hmm, als ik maar een poging per dag kan doen, dan moet het de volgende keer gewoon lukken. M’n motivatie is echter niet hoog en heb ook wel zin om weer wat alpinedingen te gaan doen. We besluiten de volgende dag een (behaakte) multipitch te gaan doen om te kijken hoe het graniet klimt en hoe eventueel de mogelijkheden zijn om dingen zelf af te zekeren. De route is echt een genot om te klimmen, honderd meter grantietspleten en kanten en op het eind een spannend plaatje.
De volgende dag gaan we terug naar Total Brutal. Dirk en Remco vergezellen ons. Ik ‘warm op’ door een stukje te hardlopen, en setjesrukkend een keer naar boven te gaan. De afgelopen dagen ben ik ook in m’n hoofd veel met de route bezig geweest... Dan de poging: Alles gaat snel en perfect, en nauwelijks twee minuten later maak ik statisch de laatste pas! Wow, 8b+ na maanden niet klimmen, wat een mooi cadeau!
De rest van de dag chillen we aan de rivier, en slacklinen we op de bivak. Ondertussen maken we plannen voor de komende dagen. We willen een alpineroute klimmen – Buhl’s köningsgeschenk – waarvan de eerste lengte door de legendarische Hermann Buhl is geopend, maar vervolgens om onbekende reden is teruggekeerd. Pas in 2005 is de route helemaal geopend. De aanloop naar de wand is alleen al drie uur... Dat wordt serieus doorhakken. We bereiden ons mentaal voor en gaan die avond vroeg naar bed...

Slacklinen op de bivak in het Zillertal
De volgende dag gaat de wekker om 6 uur en na een ontbijtje begint de tocht naar de wand. Op de kaart is het begin van de wandeling goed te zien, maar de route naar de wand, waarbij we bijna één kilometer moeten stijgen, zien we niet ingetekend en vinden we uiteindelijk niet meteen... We verliezen ruim een uur met het zoeken naar het pad naar de wand. Als we het uiteindelijk bij een hut kunnen vragen, blijkt dat we een super steile grashelling op moeten stampen. Tot overmaat van ramp vinden we het pad niet en struinen we door manshoog gras een 45 graden helling op. De tijd begint te dringen. Als we niet optijd beginnen met klimmen, moeten we in donker weer naar beneden en dat willen we absoluut voorkomen. We stellen een limiet bij 12 uur. Als we dan niet bij de wand zijn, moeten we het plan cancellen. We lopen tussen twee wanden de helling omhoog en zoeken naar mogelijkheden om uit deze schacht te komen. Als we helemaal bovenin zijn, lijkt de zaak verloren. Minstens vijftig meter hoge wanden omringen ons en met geen mogelijkheid komen we eruit. Zo moeilijk moet het toch niet zijn om de wand te vinden! We raken een beetje geïrriteerd bij het idee dat we de strijd misschien wel moeten staken. Na wat heen en weer getraverseerd te hebben zien we echt geen mogelijkheid en het duurt even voordat we de woorden durven uitspreken... Terug gaan? Het is inmiddels half twaalf geweest en we beseffen dat er niets anders op zit... Op de weg terug pauzeren we aan het begin van de schacht één keer voor een powerbar en tot onze verbazing zien we een houten laddertje staan om eruit te klimmen! Shittt, die hebben we volledig gemist op de heenweg... Nu is het helaas te laat en gedesillusioneerd klimmen we naar beneden en sjouwen we nog een uur terug naar de auto... Hmm, een wandeling van zes uur, zonder resultaat...
De volgende dag hebben we een ‘rustdag’ nodig en gaan we de boulders uitchecken samen met onze Duitse buren. De dag erna willen we de schade van Buhl herstellen en poging twee doen! Nu kennen we de route! Als we een weercheck doen, zien we echter dat er slecht weer op komst is... Aangezien ook onze ruitenwissers het begeven hadden, besluiten we dezelfde avond nog door te rijden naar de Frankenjura... Helaas, op z’n vroegst volgend jaar pas revanche op de Buhl...
Drie dagen klimmen we nog in de Franken... Als afsluiter klimmen we tenslotte nog een dagje in Berdorf en daarna rijd ik, na bijna zeven weken, Nederland weer binnen...
Ticklist zomer 2009
Magic Wood
Chironico
Dolomieten
Zillertal
Frankenjura
Berdorf
